Palaver 2026

Naast het reglement gelden de volgende praktische aanvullingen en detailleringen om de race voor iedereen tot een succes te maken. Hieronder staan de zaken die tijdens het palaver besproken worden. Deze informatie moet door de stuurlui zelfstandig doorgenomen worden en te raadplegen zijn tijdens de wedstrijd (bv via de website)

NB: Varen met een vlag vinden we leuk maar is niet verplicht. Denk om de hoogte van zowel de Sluisbrug als de Lange Vechtbrug, deze zijn niet hoog!

Locatie en tijd van het palaver

Datum 4 april 2026
Locatie Bij de organisatie in de H. Laurentiuskerk, Herengracht 16, Weesp
Tijden ca. 10:15 voor deelnemers ochtendrace (Heren en Drakenboten)
ca. 13:45 voor deelnemers middagrace (Dames)

Logistiek voor de wedstrijd

Warm roeien

Voor het palaver kunnen de teams zich vrij naar keuze warm roeien op de Vecht richting Muiden (onder de spoorbrug door in noordelijke richting). Dit is de voorkeursrichting.
Warm roeien in de richting van Nigtevecht (oostelijk richting onder de Lange Vechtbrug) is alleen mogelijk bij de ochtend race. Bij de middag race kan dit alleen als alle deelnemers aan de ochtend race gefinisht zijn en de start van de middagrace nog niet begonnen is.

Starten

De startlijn is in de Kom van Weesp. De starter (speaker) geeft aan van waaraf de boten kunnen starten.  De sloepen starten één voor één en zo snel mogelijk achter elkaar met maximaal één minuut tussenpoos (we streven naar 30 seconden!). Hoe sneller je klaar ligt hoe eerder je start en hoe dichter je bij je voorganger bent.

We willen steeds ca. 3 teams op rij voor de start hebben, zodat er vlot doorgestart kan worden. Dus kijk 5 à 6 startnummers vooruit en zorg dat je klaar bent en naar voren kan komen zodra het tijd is. Als je achter boten met een hoger startnummer ligt, dan is het verstandig om al vroeg van plek te wisselen.

Wachtende teams houden altijd het gebied in het midden van de Kom vrij, zodat de teams die aan de beurt zijn zich op kunnen stellen.

Wanneer het bijna tijd is om te starten, ga je klaarliggen achter je voorganger(s). Dan steeds mee naar voren komen klaar om te vertrekken. Dit is ter hoogte van het remmingwerk vlak voor de sluis. Zodra de speaker het startsein geeft kan je beginnen met roeien. De starttijd wordt gemeten zodra je de sluis doorvaart, in het midden van de eerste versmalling (ter hoogte van de kaapstaanders).

Tijdens de start vaar je door de Sluis. Hier kunnen sommige boten doorroeien en sommigen moeten één of twee boorden laten lopen; Dat hangt af van de sloep en de stuurmanskunst. Daarna verderop een langere versmalling en onder de Sluisbrug door (LET OP JE VLAG!). Hierna stuurboord uit, de Vecht op. Houdt direct stuurboord wal, er kan tegenliggend verkeer zijn!

Meteen na het opvaren op de Vecht bevindt zich de Lange Vechtbrug op, ongeveer 200 meter. Oppassen daar, de doorvaart laat maximaal één boot tegelijk toe. De doorvaart is ongeveer 8 meter breed en 1,9 meter hoog. Ook kun je last hebben van scheepvaart die niet aan de wedstrijd deelneemt. De gewone vaarregels gelden, er is geen voorrang voor sloepen die deelnemen aan de wedstrijd.

De race

Op de Vecht op zowel de heen- als terugvaart is het toegestaan om de ‘ideale lijn’ te varen. Deze ideale lijn dient binnen de betonning van de Vecht te blijven. Deze boeien zijn groen en voeren allen het getal 9 (dat is niet het boeinummer, maar de maximum snelheid voor gemotoriseerd vaarverkeer). Het is nooit toegestaan om tussen de betonning en de arken te varen. Let op dus: Overtreding hiervan levert een straf op.

Inhalen en voorrang

Algemeen

Waar de Vecht breed genoeg is, mogen sloepen elkaar zowel aan bakboord als aan stuurboord inhalen (oplopen). Als je wil inhalen, zorg dan dat de in te halen sloep hiervan op de hoogte is. Stuurlui worden geacht om regelmatig achterom te kijken.

Een opgelopen sloep moet voldoende ruimte bieden aan oplopende sloepen, maar mag wel de eigen ‘optimale’ koers/lijn houden. De koers onnodig veranderen om een oploper te dwingen dat ook te doen, is hinderen en dat is niet toegestaan.

Wanneer de inhalende sloep voorbij de ingehaalde sloep is, en er een gebrek aan ruimte is, moet de ingehaalde sloep vaart minderen om de inhalende sloep in te laten voegen.

Wanneer ligt een sloep voor de ander?

Een oplopende sloep heeft heeft de opgelopen sloep pas gepasseerd wanneer de dol van de slagroeier van de oplopende sloep zich vóór de dol van boegroeier van de opgelopen sloep bevindt.

Smalle doorvaarten

In geval bij het passeren twee sloepen ongeveer tegelijk op een smalle doorvaart koersen en de doorvaart niet tegelijk en VEILIG kunnen passeren, geldt dat de sloep die achter ligt ruimte en voorrang moet verlenen aan de voorliggende sloep, óók als de oplopende sloep sneller is.

Het is in dit geval de verantwoordelijkheid van de oplopende sloep om de veiligheid als hoofdcriterium te nemen en dus geen gevaarlijke situatie te veroorzaken. In de regel betekent dit dat een inhaalactie té kort voor de versmalling tot een veiligheidsrisico kan leiden, met de daarbij behorende strafmaatregelen van de wedstrijdleiding.

Boeien

Groene vaargeulboeien

Deze moeten allemaal aan STUURBOORD gehouden worden op de heenvaart. Let hierbij ook op tegenliggers in het smallere stuk na de Vechtbrug Uitermeer. Er mag NIET tussen de groene boeien en de woonarken gevaren worden.

Gele wedstrijdboeien

De gele wedstrijdboeien in de Vecht moeten altijd aan BAKBOORD gehouden worden, op zowel de heen- als terugweg.

LET OP: Bij de drie gele boeien tussen de Vechtbrug Uitermeer en het Ballastgat, mag NIET met de riemen over de boei geroeid worden!

Rode wedstrijdboei

De rode wedstrijdboei bij de ingang van het Ballastgat moet als enige wedstrijdboei aan STUURBOORD gehouden worden.

Tegemoetkomend en passerend verkeer

Bij tegemoetkomend (roei) verkeer moeten beide boten stuurboord wal houden; houdt elkaar dus aan bakboord. In geval van inhalen dienen de betrokken boten er alles aan te doen om elkaar niet te hinderen, maar een ideale lijn blijven varen mag wel.
Let op: We hebben geen richtlijnen over aan welke zijde (BB of SB) sloepen die in dezelfde richting varen elkaar moeten passeren. Dit is vrij, zolang de veiligheid niet in het gedrang komt.

NB. Op de heenvaart moet bij onoverzichtelijke ‘bakboord bochten’ (binnenbochten) verplicht ruimte voor een sloep tussen de wal en de sloep (aan de bakboordzijde dus) worden gehouden. Gebruik goed stuurmanschap!

Doorvaart Vechtbrug onder N236 ter hoogte van Uitermeer

Deze brug heeft tijdens de wedstrijd twee doorvaarbare delen van ongeveer 12 meter breed aan weerszijden van de beweegbare middendeel. Zowel op de heen- als de terugvaart moet door de opening aan stuurboordzijde van het beweegbare deel van de brug gevaren worden. M.a.w. het midden van de brug aan bakboord houden.

Onder de klep doorvaren (de middelste doorvaart) of het kiezen van doorvaart aan bakboordzijde van de het beweegbare deel is niet toegestaan. Dit levert een gevaarlijke situatie op en leidt tot een tot diskwalificatie of straf in wattage en/of tijd. Dit ter beoordeling van de wedstrijdcommissie.

Het keerpunt bij de Zanderijsluis (het Ballastgat)

Op de heenweg liggen op de aanvaarroute naar het Ballastgat in de Vecht drie gele boeien in het midden van de Vecht. Deze moeten allen aan bakboord gehouden worden inclusief de uitslag van de riemen. Dus NIET met de riemen over deze boeien – laten lopen mag wel – maar nooit over de boei.

Het is heel belangrijk dat dit nauwkeurig opgevolgd wordt. De situatie daar is door een bocht in een smal deel van de de Vecht heel onoverzichtelijk door hoge rietgroei, en kan tot heftige aanvaringen tussen heen en terugvarende sloepen leiden. Denk er ook om dat er groene boeien liggen voor de woonarken aan de westzijde van de Vecht. Het lijkt hier misschien alsof er voldoende breedte is om in te halen, maar dit is er vaak niet!

De volgende boei is rood en markeert de invaart naar het zogeheten Ballastgat. Deze boei moet aan stuurboord gehouden worden. De route gaat dan tussen de palen door. LET OP: Er zijn slechts twee gaten waar geen horizontale balk in ligt; een smal gat van 3,2 meter en een breder gat van 5m. (riemen lasten lopen of hooghouden). In het Ballastgat ligt ook een boei, deze moet bakboord gehouden worden bij het ronden.

Vervolgens is het richting de uitgang van het Ballastgat ook weer tussen palen door, ook weer met een smal en breder gat van 3,2 resp. 5 meter breed. Ook hier weer de riemen lasten lopen of hooghouden om de Vecht weer op te varen.

Bij het opvaren van de Vecht moet deze eerst recht over gestoken worden. LET OP: Verkeer op de Vecht kan hier zowel van bakboord als van stuurboord komen. Na de oversteek ligt een gele wedstrijdboei die bakboord gehouden dient te worden bij het ronden. De wedstrijdleiding is hier ook op en rond het water aanwezig om te controleren en eventuele instructies te geven.

Na het ronden van deze boei wordt stuurboord wal gehouden en worden alle wedstrijdboeien (vier stuks) tot aan de brug over de N236, aan bakboord gehouden/gepasseerd. De eerstvolgende boei is ter hoogte invaart van het Ballastgat.
Dan volgen nog de drie eerder genoemde boeien die aan bakboord gehouden/gepasseerd moet worden – het smalle stuk van de Vecht in een onoverzichtelijk bocht: Geen riemen OVER deze boeien. Na het passeren van deze boeien mag weer de ideale lijn over de Vecht gekozen worden en is de Vechtbrug over de N236 weer zichtbaar. En ook hier het beweegbare deel (de klep) aan bakboord houden.

De terugvaart – groene vaargeul boeien

Na het passeren van de brug over de N236, begint de terugvaart over de Vecht. Daar zijn tot aan de finish geen wedstrijdboeien meer.
Wel de groene betonning van de Vecht. Deze moeten allemaal aan bakboord gehouden worden tijdens de terugvaart. Dus ook hier NIET tussen de groene boeien en de woonarken door.
Let hier ook weer op tegenliggers en houd ten opzichte van de tegenliggers altijd stuurboord wal.

Finish & logistiek na de wedstrijd

De finish is ter hoogte van de Sluisbrug tussen de vlag op de Groene Punt en de vlag op de kade naast de Sluisbrug. De finishende boten worden met een geluidssignaal afgeblazen en/of door de speaker afgemeld.
Vlak voor de finish (±400 meter) bevindt zich de Lange Vechtbrug, dit is een obstakel om rekening mee te houden, omdat hier maar één boot tegelijkertijd onderdoor kan. Hier is het zaak om goed en verstandig stuurmanschap in acht te nemen.

Na de finish 

Na de finish moeten alle boten meteen doorvaren tot achterin het finishgebied (het open water tussen de finish en de spoorbrug) om ruimte te maken voor de boten die nog moeten finishen. Houdt stuurboord wal en volg de aanwijzingen van de begeleidingsboten op het water op.
De gehele rij gele boeien dient hier steeds bakboord gehouden te worden. Vaar door naar de achterste gele boei in de rij en rond deze over bakboord en volg dan dezelfde gele boeien terug naar de kom. Je bent nu in de corridor. Achter elkaar aan terugroeien richting de Sluisbrug, om weer naar de takellocatie, of naar de wissellocatie in de Kom, of verder de Vecht op te gaan.
NB: De corridor moet steeds vrij blijven voor het verkeer dat tegen de finishrichting in vaart. Haal niet in of meer niet af op deze route!
NB: Het kan voorkomen dat er ook niet-deelnemende boten door de corridor geleid worden, dus hou hier rekening mee.

Team wisselen tussen de races

Geschikte locaties om van team te wisselen zijn: De sloepensteiger in de Kom van Weesp en de VVW-steiger aan de Hoogstraat (NB: Alleen mogelijk daar te komen mits er niet te veel finish-verkeer is!)

2 april 2026

© 2008 - 2026 Stichting Vechten op de Vecht. Alle rechten voorbehouden · Privacybeleid